Verslag Sympsium 'De Kerk en de armen' 5 april 2008

CARLOS MESTERS

Carlos Mesters is in 1931 geboren in Bunde. In 1949 op zeventienjarige leeftijd vertrok hij naar Brazilië, waar hij intrad bij de Karmelieten. Na een aantal jaren studie werd hij in 1954 gestuurd naar Rome en Jeruzalem waar hij negen jaar lang theologie en bijbelwetenschappen studeerde. In 1963 keerde hij terug naar Brazilië, waar hij een naaste medewerker werd van dom Helder Camara in Recife. In 1979 richtte Carlos het oecumenische Centro de Estudo Biblicos op met als doel het ontwikkelen van een bevrijdende bijbelinterpretatie in dienst van het basispastoraat in de christelijke kerken. Hij organiseerde talloze bijbelgroepen en kadertrainingen en groeide uit tot een in heel Brazilië bekende bevrijdingstheoloog.
Daarnaast publiceerde hij tientallen artikelen en boeken, vrijwel allemaal in het Portugees. Een ook in Nederland bekend werk is ‘Zes dagen in de kelders van de mensheid´, gepubliceerd in de reeks ‘Mensen met een missie´, een uitgave van de Week voor de Nederlandse Missionaris in 1980.

Op 5 april 2008 was Carlos Mesters hoofdspreker op de tiende Missiedag van het bisdom Roermond. Hieronder proberen we zijn inleiding zo goed mogelijk weer te geven.

EEN OUDE KIJK DIE HET BOEK NIEUW MAAKT

Carlos begon zijn verhaal met een verwijzing naar een boek van Lucas Grollenberg ‘Nieuwe kijk op het oude boek´ (1969) dat verplichte literatuur was in de theologiestudie van die jaren. Een nieuwe kijk maakt een boek oud. Dat is niet de manier waarop wij naar de bijbel moeten kijken. Carlos draait het liever om. Het gaat hem om een oude kijk die het boek weer nieuw maakt. De verhalen van de bijbel proberen uit te drukken wat mensen in die tijd geloofden. Die verhalen moet je ook niet bekijken als een foto die voor eens en altijd het geloof vastlegt. Integendeel, het op de foto uitgedrukte geloof verandert doorheen de geschiedenis. Om te weten wat het verhaal van toen ons wil vertellen, moeten we proberen ernaar te kijken zoals de mensen toen ernaar keken. Wat wilde het verhaal toen vertellen, van welk levend geloof wilde het verhaal getuigen en hoe kan dat verhaal bijdragen aan levend geloof nu? Door zo te kijken, kunnen we achterhalen wat het verhaal ons vandaag probeert te vertellen. Een oude kijk die het verhaal nieuw maakt.

Carlos maakt een andere vergelijking. Het oude verhaal is als een rivier die doorheen de geschiedenis ondergronds stroomt en af en toe weer aan de oppervlakte komt. Op dit moment komt die rivier boven bij de armen in Latijns Amerika. Hoe maken de armen de bijbel weer nieuw? Carlos noemt tien kenmerken van de oude kijk die de armen ontwikkeld hebben om het verhaal weer nieuw te maken. Door gebrek aan tijd komen in zijn inleiding niet alle tien kenmerken aan bod, maar hij heeft ons een kleine tekst gegeven waarin de tien kenmerken opgesomd zijn. Deze tekst vindt u na de weergave van zijn verhaal.

BIJBEL EN LEVEN

De bijbel wordt door de armen erkend en geaccepteerd als het Woord van God. Dit geloof dat er al was lang voordat wij het gingen opschrijven, is de kapstok waaraan alles opgehangen wordt. Gestimuleerd door dit geloof zijn mensen actief geworden in de vakbond, de beweging van landloze boeren of een mensenrechtenorganisatie. Dit geloof is de oude wortel, waaruit ons werk met de bijbel en ons staan aan de kant van de armen is voortgekomen. Zonder dit geloof zou onze methode om de bijbel nieuw te maken, niet gelukt zijn. Een tweede wezenlijk kenmerk is de verbinding tussen bijbel en leven. In de basisgemeenten en bijbelgroepen lezen de mensen gezamenlijk teksten in de bijbel. Bij het lezen ervan brengen zij hun eigen geschiedenis en problemen mee. Zij lezen de bijbel als een boek dat iets met hun leven te maken heeft. Door de bijbel zo te lezen, verschijnt hij als een spiegel van wat de mensen zelf beleven. Zo ontstaat een diepe verbinding tussen bijbel en leven. Hoe die verbinding ontstaat, legt Carlos uit aan de hand van een voorbeeld.

Brazilië heeft momenteel meer dan 200 miljoen inwoners waarvan een derde zwart of mulat (van Afrikaans-blanke afkomst) is, afstammelingen van de slaven die in de 17e en 18e eeuw door met name Nederlanders, Engelsen, Spanjaarden en Portugezen vanuit Afrika naar Latijns Amerika zijn verscheept. De zwarte beweging in Brazilië is een emancipatiebeweging, soms tegen de kerk die te veel met de slavenhandel verbonden was. In onze bijbelcursussen proberen we ons samen hun geschiedenis te herinneren, een herinnering van lijden en nog altijd doorgaand racisme. In de bijbel lezen we het verhaal van de ballingschap dat nauw aansluit bij hun ervaring. Maar, zeggen de zwarte mensen dan, de ballingschap van het joodse volk heeft maar vijftig jaar geduurd en dat was niet zo lang dat heel hun geheugen was weggewist. Hun herinnering aan het land waaruit ze weggevoerd waren, was de motor achter hun streven terug te keren. Onze ballingschap duurt nu al meer dan 500 jaar en die lange tijd heeft ons geheugen volledig gewist. Veel zwarte mensen weten niets van Afrika of hoe hun voorouders ooit in Brazilië zijn terechtgekomen. Door hun geschiedenis terug in het geheugen te brengen, hervinden mensen iets van hun identiteit en dat geeft nieuwe moed voor hun emancipatiestrijd. Op deze manier groeit de verbinding tussen bijbel en leven.

GOD MET ONS

Uitgaande van deze verbinding tussen bijbel en leven deden de armen een grote ontdekking, namelijk dat, als God in het verleden bij zijn volk was in zijn strijd om bevrijding, Hij nu ook bij ons is in onze strijd om bevrijding. Hij hoort ook onze noodkreet, onze roep om hulp. In het westen zijn wij gewend te antwoorden ‘en met Uw geest´ als gezegd wordt ‘de Heer zij met u´. Maar als gevolg van hun ontdekking begonnen in de basisgroepen de mensen te antwoorden ‘en Hij is midden onder ons´. Hier ontstaat een nieuwe Godservaring, de ervaring dat God met ons is. De bijbel wordt gelezen met ogen die God zien als God met ons. Hij is geschreven voor ons en niet voor de kerk of de pastoor.

Een bijbel die voor ons is geschreven, wordt deel van ons dagelijkse leven. Het gaat in de bijbel om ons en ons leven. In de zorg voor het leven licht de betekenis van de bijbel pas echt op. Dit betekent dat Gods Woord niet alleen in de bijbel staat, maar ook aanwezig is in ons leven. En tegelijk met zijn Woord, kwam ook God zelf dichterbij. Dat is de grote ontdekking van het Tweede Vaticaans Concilie. God sprak niet alleen in het verleden in een taal die inmiddels gestold is en alleen nog uitgelegd mag worden, maar Hij spreekt in de bijbel ook vandaag nog direct tot ons. Sindsdien lezen we de bijbel om de werkelijkheid van vandaag te interpreteren. En we doen dat samen in de gemeenschap, omdat je alleen samen met anderen naar jezelf kunt kijken. Ogen zien namelijk alles behalve zichzelf. Om naar jezelf te kunnen kijken, heb je de gemeenschap nodig.

Carlos vertelt dan over een bijbelgroep, waar een priester een inleiding hield over een bepaalde bijbelpassage. Nadat hij uitgesproken is, neemt een zwarte man het woord. De priester luistert samen met alle andere aanwezigen. De man praat nog even door en valt dan ineens stil. Er staan tranen in zijn ogen. Hij geeft aan dat voor het eerst in zijn leven er echt naar hem geluisterd wordt, een volstrekt nieuwe ervaring waardoor hij ook op een geheel nieuwe manier naar zichzelf gaat kijken. Het gaat in zo´n bijbelgroep niet om het interpreteren van de bijbel, maar om het leven te interpreteren met hulp van de bijbel. Samen de bijbel lezen, leidt ook tot een andere rol van de priester. Zo begeleidde een pater eens een cursus voor een groep boeren. Na aankomst neemt hij eerst samen met de boeren deel aan het werk op het land. De boeren reageren verbaasd. Is dat echt een pater? Jawel, zegt iemand. Maar…hij werkt! Uit het gelach van de zaal wordt duidelijk dat de dubbelzinnige betekenis die in de anekdote opgesloten zit, goed verstaan is.

VERHALEN UIT BIJBELGROEPEN

In een andere cursus zei iemand eens spontaan: ‘God is liefde´. Carlos vroeg de man een passage voor te lezen uit de eerste brief van Johannes (1 Joh.4,7-8). De man begon te lezen. Plotseling viel hij stil. Hij zag ineens zijn eigen woorden terug in de tekst: ‘God is liefde´. Wat hij spontaan geroepen had, bleek te staan in de bijbel. Het Woord van God was in zijn leven al aanwezig nog voor hij het in de bijbel gelezen had.

Een andere keer werd het boek Leviticus gelezen. Daarin kwam men de tekst tegen dat men geen varkensvlees mag eten (Lev.11,7). De mensen vroegen zich af wat deze tekst hun te zeggen had. De verrassende conclusie was dat zij varkensvlees moesten eten. Ze redeneerden dat Leviticus geschreven was voor een volk dat ervaring had met de woestijn. In dat klimaat kan het vlees van een geslacht varken niet bewaard worden, omdat het snel gaat bederven en dan mensen die ervan eten, ziek maakt. Uit heel de bijbel blijkt dat God altijd bezorgd is om het leven van de mensen. Dat is de kern. Wij zijn tegenwoordig heel goed in staat varkensvlees zo te verzorgen dat het lang goed blijft. Ander vlees dan de paar varkentjes die op onze erven rondscharrelen, hebben we niet. Omdat we toch gezond willen eten, moeten wij varkensvlees eten. Het verbod dat zinvol was in een andere situatie, is dat niet in onze situatie. En dus eten wij varkensvlees.

Een andere keer stonden we in een bijbelgroep stil bij het Onzevader. Toen de regel ‘vergeef ons onze schuld zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven´ besproken werd, vertelde een vrouw dat zij in haar dorp naast een vrouw woonde die voortdurend schold tegen haar omgeving. Op een dag liep deze vrouw een wond op en kreeg bloedvergiftiging. Ze werd ernstig ziek en zij besloot haar te helpen. Ze maakte uit verse schone klei en bepaalde planten een medicijn die ze op de wond legde. Traditionele geneeskunde, maar uiterst effectief. Na veertien dagen was de vrouw beter. En, vroegen de cursisten, is ze nu opgehouden met schelden? Nee, dat niet, antwoordde ze, ze gaat er gewoon mee door. Heb je er nu spijt van haar geholpen te hebben? Nee, ik ga gewoon door met vergeven.

Mensen, vertelt Carlos, die in een bijbelgroep deze verhalen horen, zijn vaak zo diep onder de indruk dat ze thuis gekomen onmiddellijk andere mensen benaderen om een volgende keer mee te gaan of om zelf een bijbelgroep te starten. De Blijde Boodschap verbreidt zich vanzelf van de een naar de ander. Van een vreemd en onbereikbaar boek verandert in deze groepen de bijbel in een boek van ons. Niemand weet hoeveel bijbelgroepen er in Brazilië zijn, maar elk bisdom telt er duizenden.

EMMAUSGANGERS

Carlos verwijst naar het verhaal van de Emmaüsgangers (Lc.24,13-35). Ter inleiding vertelt hij eerst een verhaal uit een bijbelgroep. Eens hing hij in een groep een foto van een streng uitziende man die met priemende vinger van zich af wees en vroeg de mensen te reageren. Het lijkt wel een dictator, je zult er maar mee getrouwd zijn, zeker een baas die zijn mensen afblaft. Op dat moment kwam er een jongeman binnen die zei: Hé, dat is mijn vader. En hij vertelde in welke situatie deze foto genomen is. Mijn vader was een maatschappelijk bewogen man die altijd opkwam voor de rechten van de arme arbeiders. De foto is gemaakt tijdens een felle discussie met een grootgrondbezitter die geen rechtvaardig loon wilde betalen. De foto is gemaakt toen mijn vader naar hem wees en hem verantwoordelijk stelde voor de nood waarin de arbeiders verkeerden. De mensen keken opnieuw naar de foto en zagen nu een ander beeld. Wat een strijdbare man is dat, wat goed dat hij zo durfde op te komen voor de arbeiders, je kunt trots zijn op zo´n vader. De foto was hetzelfde, maar de context totaal anders, waardoor ook het beeld dat de foto opriep volledig veranderde.

Zo iets gebeurt er ook in het verhaal van de Emmaüsgangers. Twee mensen lopen van Jeruzalem naar Emmaüs. Een van hen heet Kleopas, de ander blijft anoniem. In Brazilië zeggen we dat wij die ander zijn. Zo worden we als het ware zelf in het verhaal getrokken. Op een gegeven moment sluit Jezus zich bij de twee aan, maar ze herkennen hem niet. Als Jezus vraagt waarover ze praten, reageren ze verbaasd. Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat er gebeurd is. En zij beginnen alles te vertellen. Jezus luistert en vraagt af en toe wat. Hadden wij, christenen, voegt Carlos er hier aan toe, dit in 1492 ook maar gedaan. We zouden dan ontdekt hebben dat het geloof en de gemeenschapszin van de indianen vele malen groter waren dan in Europa. De vraag, waarmee de Emmaüsgangers worstelden, was: hoe kan een vervloekte mens nu een Messias zijn? Deze vraag was een groot probleem voor alle eerste christenen. Toen deze vraag eenmaal op tafel lag, gaf Jezus antwoord. Hij herinnerde aan wat gebeurd was en verwees vervolgens naar wat er in de bijbel al geschreven stond. Maar ook toen herkenden zij hem niet. Blijkbaar was de bijbel uitleggen niet voldoende. De herkenning ontstond pas, toen ze gezamenlijk aan tafel gingen en het brood deelden. Net als de man op de foto was niet Jezus veranderd, maar de context. Om Jezus te herkennen, was gemeenschap nodig. Tijdens de maaltijd, wanneer ze met zijn drieën samen gemeenschap vormen, hebben de Emmaüsgangers hun eigen verrijzeniservaring. Nu weten ze wat ze moeten doen. Ze keren terug naar Jeruzalem om hun ervaring met de andere leerlingen te delen.

MELK, KOFFIE EN SUIKER

Het lezen van de bijbel zoals in de groepen waaruit bovenstaande verhalen komen gebeurt, steunt methodisch op drie pijlers: werkelijkheid, bijbel en gemeenschap. Eerst gaan we de werkelijkheid analyseren, dan deze beoordelen in het licht van de bijbel om vervolgens te komen tot handelen in dienst van de gemeenschap. Hier herkennen we de ook in onze missionaire kringen veel gebruikte methode van zien, oordelen en handelen. Deze methode is niet nieuw. Carlos verwijst naar rabbi Haqiba, een joodse martelaar uit 135 (de verwoesting van Jeruzalem door keizer Hadrianus na een joodse opstand onder leiding van Bar Kochba). Hij noemde de drie pijlers: wet (bijbel), cultus (samen bidden) en liefde (elkaar helpen). Carlos gebruikt in zijn groepen graag de termen: melk, koffie en suiker. Samen vormen ze een geheel dat tot iets nieuws leidt. Alleen de werkelijkheid zien is niet genoeg. Je moet de werkelijkheid ook kunnen beoordelen en daarvoor heb je de bijbel nodig. Pas dan weet je wat je moet doen om de werkelijkheid in positieve zin te veranderen.

De methode werkelijkheid, bijbel en gemeenschap steunt op een oude kijk die het boek weer nieuw maakt. Carlos verwijst dan naar het verhaal van de zalving in Betanië (Joh.12,1-11). Maria, de zus van Lazarus, zalfde de voeten van Jezus met dure balsem. Judas protesteert, omdat hij de zalving als verspilling beschouwt. Het was beter de balsem te verkopen en het geld aan de armen te geven. Jezus reageert dat Maria, vooruitlopend op zijn begrafenis, alleen maar een gebruik in ere houdt, omdat ze voorvoelt dat er dan geen mogelijkheid zal zijn om de zalving te doen. Dan zegt Jezus: want armen hebben jullie altijd bij je, maar Mij niet. Jezus gebruikt hier een gezegde dat (omdat het voor die tijd vanzelfsprekend was) niet afgemaakt wordt. Het gezegde is: armen hebben jullie altijd bij je en jij moet de beurs trekken. Met andere woorden, als je de armen wilt helpen, moet je je eigen beurs pakken en niet komen aan de bijdrage die een arme vrouw uit eigen beweging geeft. Zij wil Jezus zalven, omdat ze weet dat hij er straks niet meer zal zijn. Om de bijbel in context, goed te kunnen verstaan, is een oude kijk nodig, de kijk van toen. Als we die naar boven halen, weten we beter hoe we in het licht van de bijbel de problemen van vandaag kunnen interpreten. Dat wil niet zeggen dat we voorbij mogen gaan aan de ontdekkingen van de exegese, aan nieuwe natuurwetenschappelijke inzichten of archeologische vondsten. Zij geven een nieuwe kijk die voor een goed verstaan belangrijk is. Maar naast deze nieuwe kijk is ook de oude kijk noodzakelijk voor een goed verstaan van de bijbel. Nieuwe en oude kijk samen maken het boek nieuw.
Carlos noemt nog een verhaal, de opwekking van Lazarus (Joh.11,1-44). Jezus staat bij het graf van Lazarus. Hij geeft opdracht de steen voor het graf weg te halen. Dat moet een zwaar karwei zijn geweest. Dan zegt hij: Lazarus, kom naar buiten. In een bijbelgroep reageerde een oude boer op deze scène met de enigszins cryptische woorden: wie meer kan, kan minder. Carlos vroeg verbaasd wat hij daarmee bedoelde. Nou, zei de boer, waarom heeft Jezus niet gezegd: steen, ga weg. Lazarus uit de dood doen verrijzen, was een veel grotere daad dan het simpel laten wegrollen van een steen, maar dat had wel een hoop gezwoeg voorkomen. De groep discussieerde een tijdje over de opmerking van de boer en concludeerde toen. Het was goed zoals het er stond. Wij moeten de steen weghalen, dat kost moeite en zweet, maar daardoor kan er ook gemeenschap ontstaan. En dat is wat Jezus wilde, dat we samen een gemeenschap zijn. Dan zijn we sterk en kost het weghalen van zo´n steen geen moeite. Met dit verhaal sluit Carlos zijn inleiding af.

EEN VROUW IN SOEDAN

Na Carlos Mesters sprak René Grotenhuis, directeur van Cordaid. In zijn verhaal probeert hij te laten zien hoe Cordaid probeert aanwezig te zijn in het leven van arme mensen en ook hoe Cordaid ernaar streeft de samenhang tussen de door Carlos genoemde drie pijlers te herstellen. Hij grijpt terug op een ervaring die hij had in Zuid-Soedan twee jaar geleden. Soedan is een land dat al dertig jaar oorlog kent. In het zuiden werd een broos vredesakkoord gesloten, terwijl tegelijk de oorlog in Darfur in alle hevigheid oplaaide. Bij een grensrivier tussen Darfur en Zuid-Soedan ontmoette hij een arme vrouw met drie kinderen. Twintig jaar geleden was haar gezin door milities overvallen. Haar man werd vermoord. Zij vluchtte naar Darfur, waar zij terechtkwam in een vluchtelingenkamp. Toen de strijd in Darfur losbarstte, werd de situatie in het kamp steeds onveiliger. Een dochter werd verkracht en vermoord. Zij besloot met haar drie overblijvende kinderen terug te gaan naar haar dorp in het zuiden van Soedan. Toen René haar sprak, zat zij te wachten op een vrachtwagen die haar naar haar dorp kon brengen. Hoe moet je daar verder, vroeg hij. Haar antwoord was even eenvoudig als krachtig. Ik krijg wat materiaal, een spa en wat zaad en daarmee ga ik aan de slag. Ik zie wel hoe het gaat. Hij was diep onder de indruk van de enorme kracht die deze vrouw uitstraalde om na alle doorstane ellende het leven weer op te pakken.

Wat hij wil zeggen, is dat armoede niet zielig is en dat we de mensen dus ook niet als zielig moeten behandelen. Arme mensen zoals deze Soedanese vrouw zijn buitengewoon krachtig, hebben een groot geloof in hun mogelijkheden en tonen een enorme inzet om deze mogelijkheden te realiseren. Zalig de armen, zegt Jezus in de zaligsprekingen (Lc.6,20). Jezus heeft bij zijn zaligsprekingen het oog gericht op de arme van zijn tijd die net als de Soedanese vrouw in onze tijd niet opgeeft. De arme is niet en nooit zielig, maar sterker en moediger dan de mens die al over alles beschikt. Ontwikkelingssamenwerking moet beginnen om deze kracht van de armen te zien en te steunen. Dat is niet vanzelfsprekend, want de gewone kijk op armoede is gebrek. Dan benadruk je niet de kracht, maar het tekort. Cordaid ziet armoede niet als gebrek, maar als uitsluiting, niet mee mogen doen. Dat geldt voor de zwarte bevolking in Brazilië, de landloze boeren overal in het Zuiden, de Soedanese vrouwen en kinderen, het zijn armgemaakte mensen die arm zijn, omdat ze geen kans krijgen op een menswaardig leven. Geef ze die kans en ze zullen zelf hun leven oppakken. Dat is waar Cordaid voor staat.

HEILIGE GROND

René at onlangs mee in een Van Harte Restaurant, een eettafel in een wijkcentrum in Den Haag, waar arme buurtbewoners, autochtoon en allochtoon, samen een maaltijd bereiden en eten. De eettafel biedt herstel van gemeenschap. Daar zie iemand tegen hem: dit zou Wilders moeten zien, hoe wij hier samen gemeenschap maken. René moest toen denken aan het verhaal van Mozes en het brandende braambos (Ex.3,1-10). Wanneer Mozes het bosje dat brandt, maar niet verbrandt, nader wil gaan bekijken, wordt hij tegengehouden door een stem die zegt: kom niet dichterbij en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. Staan, waar je staat. We hebben geen andere grond dan die waarop we staan. In deze zin staan wij allen op heilige grond en luisteren we naar het Woord dat ons oproept heil te realiseren. Dat kan alleen op de plaats waar je staat, dat is mijn en jouw heilige grond. En dat geldt ook voor Cordaid. We zouden als Carlos dichterbij de armen willen staan, maar wij staan op andere grond en hebben daarmee een andere opdracht. Onze opdracht is om op mondiaal niveau verhoudingen te veranderen. René geeft een voorbeeld.

Cordaid is betrokken bij de gezondheidszorg in Oeganda. We steunen lokaal en regionaal ziekenhuizen om goede zorg te kunnen bieden aan de lokale bevolking. Daarnaast ondersteunen we de bisschoppenconferentie in zijn streven het niveau van gezondheidszorg in geheel Oeganda te verbeteren. Samen met de bisschoppen en andere organisaties proberen we de regering van Oeganda te bewegen meer geld voor zorg vrij te maken. En omdat ook de Nederlandse regering bij Oeganda betrokken is, lobbyen we hier ten gunste van goede gezondheidszorg daar. In wezen werken wij ook volgens de methode die Carlos benoemde. We onderzoeken de concrete werkelijkheid in landen van het Zuiden, proberen de situatie te beoordelen in het licht van onze criteria die wij als katholieke organisatie mede ontlenen aan de bijbel en de katholieke sociale leer en steunen dan processen van verandering ten gunste van de armen. Dat doen we nooit alleen, maar altijd samen met anderen, op de eerste plaats de organisaties van de mensen zelf.

Reagerend op een opmerking vanuit de zaal gaf René aan dat de kerk in het westen aan het einde van een tijdperk is gekomen. De kerk komt uit een tijd waarin de wet, de catechismus centraal stond. Eeuwenlang stond de kerk garant voor wet en orde in de samenleving. In een tijd dat een ander centraal gezag ontbrak, was de rol van wetgever uitermate wezenlijk. Maar inmiddels is deze rol volledig overgenomen door de staat en maatschappelijke organisaties. De kerk staat hiermee voor de opdracht zich te ontwikkelen van wetgever naar inspirator, van catechismus naar bijbel. Dat is geen gemakkelijke overgang en velen in de kerk hebben daar moeite mee. Tegelijk biedt de rol van inspirator nieuwe kansen en mogelijkheden. De bijbel kan hierbij een belangrijke bijdrage leveren. Hoe we van de bijbel kunnen leren, heeft Carlos ons vandaag laten zien.

Tot slot merkte Vicaris Ton Storcken sma, Vicaris Missiezaken van het Bisdom Roermond, op dat men bij bepaalde gebeurtenissen/reacties ook naar de naar de omstandigheden moet kijken waarin deze plaats vonden. "Enkele tientallen jaren geleden, nam de Kerk een geheel andere maatschappelijke positie in dan nu. Vroeger deed je gewoon wat de pastoor zei. Nu is er een geheel andere situatie....." aldus Vicaris Storcken. Vervolgens sloot hij het Symposium af en nodigde alle aanwezigen uit om deel te nemen aan het informeel samenzijn onder het genot van een drankje.


Bovenstaand verslag is van de hand van Kees Dekkers.