Onze belangrijkste taken

 
  • Het behandelen van projectaanvragen uit de Missielanden, waarbij de regel “Kerken werken voor kerken" als belangrijkste richtlijn geldt. D.w.z. dat elke projectaanvraag (ongeveer 500 per jaar) ten dienste moet zijn van een missiebisdom en of voorzien moet zijn van een goedkeuring van de bisschop in wiens bisdom een project ter uitvoering wordt gebracht. De door de directeur voorbereide en gepresenteerde projecten dienen verder de goedkeuring van de Projectencommissie te verkrijgen. Deze commissie komt daartoe minimaal vijf keer per jaar samen. Ze wordt samengesteld door de vicaris Missiezaken en de directeur Missieburo. Haar leden dienen een gegronde kennis van de (kerkelijke) problematiek in de missie-landen te bezitten of steunen op een gegronde missie ervaring in die landen.
  • Onder het Missieburo ressorteert ook het Kinderadoptie Programma en het Priesterstudenten Adoptie Programma. Deze programma‘s maken integraal deel uit van het Missieburo. De directeur ziet erop toe dat de door een parttime medewerker geassisteerd door vrijwilligers, uitge-voerde activiteiten voldoende aandacht krijgen en tijdig worden aangepast, hernieuwd en uitgebreid. Men dient daarbij in betracht te nemen dat deze programma‘s ook landelijk bekend zijn en moeten blijven. De medewerker overlegt met de directeur welke kinderen en priester-studenten in aanmerking komen en wanneer een adoptie wordt beëindigd. Naast adoptieouders dienen deze programma‘s ook scholen, vereni-gingen, parochies etc. aan te spreken.
  • Het Mgr. Feronfonds, dat door middel van leningen de ondersteuning van projecten beoogd die na voltooiing, geld genererend zijn voor missiebisdommen, wordt uitgebreid. Investeren in plaats van doneren blijkt een goede keuze geweest te zijn. De 'ontvangers' worden zo steeds meer een échte partner. Het verstrekken van lening vraagt om een goede administratie, maar deze 'extra' inspanning is zeker de moeite waard. Externe deskundigen kunnen worden ingeschakeld om de haalbaarheid en rentabiliteit van ingediende projecten te onderzoeken. Het enige doel van dit Fonds kan te allen tijden alleen maar zijn het ondersteunen en creëren van inkomsten genererende sociaal-economische projecten die na terugbetaling van de leningen, missiebisdommen in staat stellen eigen inkomsten te verkrijgen voor een goed functioneren van hun eigen diocesane activiteiten.
  • Het (mede)financieren van studies van inlandse priesters die door hun eigen bisschop daartoe uitgezonden worden en bestemd zijn voor verdieping en ontwikkeling van actuele pastorale vraagstukken en/of versterking van het management van dat bisdom, kunnen door het Missieburo ondersteund worden. Gezien de ter beschikking staande middelen kan dit slechts na zorgvuldige overweging en sporadisch plaatsvinden. Deze aanvragen worden goedgekeurd door de vicaris missiezaken en de directeur na eventuele raadpleging van de afdeling onderwijszaken van het bisdom.
  • Bij het ontstaan van plotselinge rampen of noden zoals natuurrampen, epidemieën, hongersnood, etc. kan het Missieburo direct ageren, al of niet in samenwerking met andere hulpverleningsorganisaties. Voor het Missieburo blijft ook dan de regel “Kerken helpen kerken"van kracht. Hiertoe kunnen reserve fondsen en bijzondere kerkdeur collecten worden aangewend. Dergelijke hulpverleningsacties, hun voorbereiding en uitvoering, dienen te allen tijden plaats te vinden met de voorafgaande uitdrukkelijke goedkeuring van de bisschop en op aanvrage van de vicaris Missiezaken.
  • Het verwerven, beheren en aanwenden van financiële middelen, alles in de meest ruime zin, voor de bovengenoemde doeleinden. Activiteiten (acties, kerkdeurcollectes, diocesane campagnes) binnen het bisdom worden in overleg met het Missiesecretariaat gedaan. Gezien de teruglopende inkomsten via de gebruikelijke kerkdeurcollectes zal het noodzakelijk zijn om zo spoedig mogelijk nieuwe inkomstenbronnen te vinden. Voor het werven van nieuwe potentiële fondsverstrekkers (zoals bijvoorbeeld nieuwe particuliere donateurs, het bedrijfsleven, de overheid, zoals het Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking, en particuliere instellingen) zal voldoende tijd en ruimte vrijgemaakt worden.